We bespreken feiten en mythes rondom suïcide, de do’s en dont’s voor het voeren van een gesprek en het effect dat zo’n gesprek op jezelf kan hebben. Ook bespreken we de verwijsmogelijkheden en routes naar hulp die er zijn, zowel binnen als buiten 113. Natuurlijk is er gelegenheid voor het stellen van vragen. In deze interactieve training ga je ook oefenen aan de hand van een plenaire casus.
- Feiten over zelfdoding
- Signalen, waar op te letten?
- Het bespreekbaar maken van het taboeonderwerp ‘zelfdoding’
- Zelfdodingpreventie, wat kan jij doen?
- Do’s en don’ts in gesprekken
- Plenaire oefening/bespreken casus
- Verwijzen naar hulp (intern en extern)
- Wat 113 biedt aan hulp en advies voor hulpvragers, naasten en professionals
- Gelegenheid tot het stellen van vragen
- Meer informatie: Interactieve training | 113 Zelfmoordpreventie
Wij hanteren bij jongeren als doelgroep een ondergrens van 10 jaar. Voor leerkrachten van jongere groepen is het minder zinvol, omdat het ook maar de vraag is in hoeverre de leerlingen een doodsbesef hebben.
- Kinderen van 6-9 jaar beginnen te beseffen dat de dood permanent is en dat iedereen uiteindelijk doodgaat. Toch kunnen ze het nog moeilijk vinden om dit volledig te bevatten, en soms denken ze dat het alleen anderen overkomt.
- De meeste kinderen vanaf 9-10 jaar hebben een realistischer en volwassener begrip: ze begrijpen dat de dood onomkeerbaar is, voor iedereen geldt en bij het leven hoort. Het is goed om te weten dat dit per kind verschilt. Ervaringen (zoals het verlies van een huisdier of familielid), opvoeding en hoe er thuis over gesproken wordt, spelen een grote rol.